De voordelen van "gratis geld".

26 april 2015

Gratis geld is een ‘hot’ onderwerp onder economen. Het past in de logica dat de koopkracht de stabilisator is van onze economie.

De koopkracht - en niet meer jobs - als motor van de economie? Eigenlijk weet men sinds de financiële crisis dat koopkracht gegarandeerd door de overheid tot een grotere stabiliteit leidt dan de creatie en de vernietiging van jobs in een vrije markt. De uitkeringen van de sociale zekerheid werden toen ‘automatische stabilisatoren’ van de economie genoemd. Dankzij de sociale zekerheid was de crisis in ons land in 2008 veel minder diep dan in de Verenigde Staten.

Dankzij onze belastingen keren we dit jaar 75 miljard euro ‘gratis geld’ uit. Het gaat om kinderbijslag, vervangingsuitkeringen door ziekte, beroepsziekten, arbeidsongevallen, invaliditeit, werkloosheid, brug- en andere pensioenen, familiaal verlof, maatschappelijke hulp en toelagen tot promotie van tewerkstelling. Daarnaast krijgen we ‘in natura’: ziekteverzekering en gratis onderwijs. En wat ‘coaching’: van jonge ouders bij Kind en Gezin en budgetbegeleiding door OCMW’s. Die prestaties in natura kosten samen 50 miljard euro. De totale herverdeling in ons land bedraagt dus 125 miljard euro, waarvan 75 miljard in cash en 50 miljard in natura.

Onze sociale zekerheid is essentieel voor onze maatschappij, maar ze is zeventig jaar oud. Intussen opgelapt door honderden nieuwe wetten met een labyrint van buizen, leidingen en organisaties. Die complexiteit geeft aanleiding tot vele misbruiken zoals, die vorige week aan het licht kwamen bij werkloosheidsuitkeringen, maar ook tot enorme administratieve kosten van 11 miljard euro. De sociale zekerheid beantwoordt niet meer aan essentiële democratische waarden zoals transparantie, gelijkheid, controleerbaarheid, vrij van belangenvermenging en machtsmisbruik, fairness en vrijheid.

Glazen huis

Een basisinkomen is de versie 2.0 van onze sociale zekerheid. Ons voorstel is om dat als volgt te verdelen: 170 euro/maand tot 17 jaar, 500 van 18 tot 25, 700 van 25 tot 60 , 800 van 61 tot 67 en 1.300 euro per maand daarboven. Dat kost 89 miljard euro (zie tabel), of 14 miljard meer dan de 75 miljard cash die we nu al uitkeren.

Krijgt iedereen er plots 500 of 700 euro per maand ‘bij’? Nee, vanwaar zou dat geld plots komen? Het gaat erom dat elke burger een onvoorwaardelijk recht krijgt op een uitkering, die grotendeels de huidige uitkeringen vervangt. Wie nu 1.600 euro netto verdient, krijgt dan op zijn loonbriefje: basisinkomen 700 euro, arbeidsloon 900 euro. Voor werkende mensen wordt het basisinkomen een deel van hun huidige loon, waarop ze kunnen terugvallen als ze hun ontslag geven om bijvoorbeeld een eigen zaak te starten. Voor kinderen is er geen groot verschil, en voor de meeste andere uitkeringen ook niet.

Het gaat erom dat alle bovengenoemde hokjes van onze sociale zekerheid vervangen worden door één glazen huis, waarbij uiteraard nog ruimte blijft voor een speciale behandeling van uitzonderingen.

Het ‘vervangingsinkomen’ dat we nu kennen - de reden waarom veel mensen er voordeel aan hebben om niet te gaan werken - wordt een ‘tewerkstellingssubsidie’ zoals de RVA die nu in sommige gevallen geeft. Een basis van een inkomen, geen vervanging ervan.

De enige groep die nu niets heeft en dan wél iets bij krijgt, zijn de 1,3 miljoen ‘ouders aan de haard’. Dat kost 11 miljard euro en dat bedrag is inbegrepen in de 89 miljard cash budget hierboven.

Broekzak-vestzak

De vraag is dan: moet de werkgever het basisinkomen betalen, of de overheid? Voor alle werknemers die direct of indirect voor de overheid werken, maakt het geen verschil. De overheid betaalt toch. Wat nu in het budget personeelslasten zit of in subsidies aan vzw’s uit cultuur en sport, is een broekzak-vestzakoperatie.

Het basisinkomen is een individuele tewerkstellingssubsidie, waardoor de collectieve subsidies of overheidsbudgetten verminderen zodra je het basisinkomen invoert en de subsidies aan de vereniging in verhouding aanpast. Een deel van de subsidie van de vereniging wordt vervangen door de individuele subsidie (het basisinkomen) aan de werknemers van de vereniging.

Aangezien er bijna 1,8 miljoen mensen op een of andere manier voor de overheid werken, onder wie ook zelfstandigen, kan je de 15 miljard euro die overeenkomt met het basisinkomen voor die mensen van de 89 miljard euro aftrekken, omdat die nu al in overheidsuitgaven zit en daar dan wegvalt. Netto kom je dus op de 75 miljard euro die we nu uitgeven! Er is dus helemaal geen budgettair probleem om de huidige uitkeringen te vervangen door een basisinkomen.

Het is aangewezen dat de overheid het basisinkomen aan iedereen automatisch betaalt, maar dat voor sterke sectoren zoals de industrie, de bedrijven zelf een ‘vervangende’ tewerkstellingsbelasting betalen gelijk aan het basisinkomen.

De vraag is nu of we aan sommige sectoren hetzelfde cadeau willen doen als aan de overheid, met name dat ze een ‘tewerkstellingssubsidie’ krijgen voor het personeel dat ze tewerkstellen, doordat hun werknemers een basisinkomen krijgen. In dat geval zouden er in de landbouw bij de fruitpluk meer Belgen werken. Voor de bouw, die geteisterd wordt door concurrentie van Oostbloklanden, zouden onze werknemers even goedkoop worden als de geïmporteerde arbeiders.

En wat voor het bankwezen, de distributie, de schoonmaakbedrijven, enzovoort? Dat wordt een politieke beslissing, net zoals voor de sterkste sector van onze economie, de industrie, waarbij het om 4 miljard euro aan basisinkomens gaat. Maar ook daar zitten we met een loonkostenhandicap, zodat je zou kunnen overwegen de compenserende belasting toch iets lager te nemen dan het bedrag van het basisinkomen.

Voor de werkgevers is er één ernstig probleem: de onderhandelingspositie van werknemers wordt plots véél sterker, want hun ‘loonkosten’ worden véél lager. Ik zie de vakbonden al overgelukkig in hun handen wrijven. Als ondernemer ben ik echter van mening dat het goed is dat werknemers van een ijzersterke sociale zekerheid genieten en dat zij zo veel mogelijk kunnen verdienen. Dan kunnen ze ook meer uitgeven. Dat was ook de reden waarom Henry Ford zijn arbeiders honderd jaar geleden een forse opslag gaf: omdat het goed is voor de koopkracht, en dus goed voor de economie.

Bron: De Tijd, 25 april 2015, pagina 60
Opiniestuk geschreven door Roland Duchâtelet 

← Terug naar het overzicht

Meer nieuws

  1. 7 september 2017 In dialoog met politici over het basisinkomen: zaterdag 23 september 2017
  2. 23 juni 2017 Betaalbaarheid basisinkomen
  3. 29 maart 2017 Basisinkomen voor iedereen: durven we het aan?
  4. 4 januari 2017 Wat als... iedereen zomaar 560 euro per maand krijgt
  5. 27 december 2016 Zes op tien Vlamingen wil basisinkomen voor iedereen