'De politici die geld terugeisen van Ford moesten zich schamen'

7 november 2012

Op zijn Sclessin krijgt de eigenaar van voetbalploeg Standard momenteel de wind van voren. Toch maakt Roland Duchâtelet zich vooral zorgen over de economische en politieke toestand van het land. Zowel de socialisten als de Vlaams-nationalisten hebben boter op het hoofd.

Drie bouwkranen torenen hoog boven Stayen uit. De nieuwe eretribune komt er, ook al tuimelde STVV (Sint-Truidense Voetbal Vereniging) vorig jaar uit de hoogste voetbalklasse en is de bezieler van de vastgoedprojecten rond het stadion ondertussen bijna anderhalf jaar voorzitter van Standard. 'Het was zo voorzien', antwoordt Roland Duchâtelet droogweg op de vraag waarom een tweedeklasser wel een nieuw stadion kan bouwen en toppers uit eerste nationale daar maar niet in slagen. 'Mijn overstap naar Standard kwam onverwachts. Alles stond hier in de stijgers om de verbouwingen te voltooien. We doen dus gewoon voort.'

In Haspengouw overheerst de fruitteelt de lokale economie, maar de schokgolf vanuit Ford Genk is over de hele Limburgse provincie voelbaar. Duchâtelet heeft zelf ook enkele bedrijven die onderdelen leveren aan de auto-mobielsector. Een voor een heeft hij de afgelopen vijf- tien jaar zijn binnenlandse afnemers zien verdwijnen. 'Vroeger was er Renault, Opel, Ford, Volkswagen en Volvo. Alleen die laatste twee blijven nog over. We zullen zien hoe we de komende maanden zullen standhouden.'

Is de Limburgse reconversie mislukt, nu blijkt dat de werkgelegenheid in de provincie in één klap met minstens vier procent daalt door de sluiting van een fabriek?

Roland Duchâtelet: Ja, want de enige fundamentele reden voor de sluiting van Ford Genk is dat er in ons land veel te veel mensen werken voor de overheid, waardoor onze belastingen op arbeid de hoogste zijn van de hele wereld. Dat maakt de productie van auto's in België zo duur. En daarom hebben de Amerikanen besloten om Ford Genk te sluiten. Om dezelfde reden waarom eerder ook Opel Antwerpen en Renault Vilvoorde gesloten werden. Men leert het dus niet in de politiek. Nochtans zou België door de aanvoerroutes en de Antwerpse haven het land van melk en honing moeten zijn voor de auto-industrie.

U vindt dus niet dat de Vlaamse regering het geld moet terugeisen dat ze de afgelopen jaren via opleidings- en investeringsfondsen betaald heeft aan Ford?

Duchatelet: De politici die dat durven te eisen, zouden zich moeten schamen. Dat is toch een totaal verkeerde voorstelling van de feiten? Het gaat over enkele miljoenen per jaar die de overheid aan Ford Genk gegeven heeft. In werkelijkheid heeft de staat Ford 300 miljoen euro per jaar aan belastingen op arbeid laten betalen om hier te mógen produceren en duizenden mensen werk en een inkomen te verschaffen. De plaat van de stoute Amerikaan die zijn woord niet houdt, is ondertussen lang grijsgedraaid. Datzelfde verhaaltje hebben we ook gehoord toen Opel Antwerpen dichtging en in 1997 Renault Vilvoorde. Toen werd Louis Schweitzer als de slechterik afgeschilderd, terwijl hij gewoon gedaan had wat elke ondernemer zou doen: sluiten wat niet rendabel is. Het wordt dus hoog tijd dat de waarheid over Ford Genk wordt verteld. Wie hier wil produceren, betaalt gewoon veel meer belastingen dan in Spanje of Roemenië.

U hebt geen goed woord over voor de politici, maar u hebt zelf ook in het parlement gezeten en u bent als lijstduwer opnieuw verkozen in de gemeenteraad.

Duchâtelet: Normaal gezien ga ik mijn mandaat in Sint-Truiden niet meer opnemen. In 2006 stond ik ook op de lijst omdat Guy Verhofstadt mij dat gevraagd had. Omdat ik toen heel veel voorkeurstemmen behaalde, ben ik toch schepen geworden. Maar ik ben in de eerste plaats een ondernemer. Het zou trouwens een goed idee zijn om alle parlementariërs een onderneming te laten oprichten, met minstens één personeelslid. Dan zouden ze tenminste weten hoe moeilijk het is om elke maand voldoende facturen uit te schrijven en betaald te krijgen om dat ene personeelslid te kunnen betalen. Vandaag komen de parlementariërs van kabinetten, van de vakbond of weet ik veel. Maar niet uit de ondernemerswereld.

Zou uw sociaaleconomisch partijprogramma nu veel afwijken van dat van Vivant midden jaren 1990?

Duchâtelet: Nee. Dat zou er exact hetzelfde uitzien. Ik pleit voor de afschaffing van de belasting op arbeid en een drastische afname van het aantal ambtenaren, onder meer door minstens één beleidsniveau af te schaffen. In 1960 werkten er in ons land in totaal 600.000 mensen voor de overheid. Vandaag zijn dat er 1,3 miljoen. We hebben ook 100.000 wetten en reglementen bijgemaakt, waardoor alles ontzettend ingewikkeld is geworden en er voortdurend juristen moeten worden ingezet. De belasting op consumptie is daarentegen een heel gezonde taks, die overal ter wereld bestaat. Die moeten we dus behouden.

Welk beleidsniveau kunnen we volgens u het best schrappen?

Duchâtelet: Op een bepaald moment was er in Vlaanderen een meerderheid om de provincies af te schaffen. Die kosten ons in Vlaanderen 500 miljoen euro per jaar. De N-VA was ook voorstander, maar dat veranderde blijkbaar toen ze zijn toegetreden tot de Vlaamse regering. Ondanks het feit dat we er door de federalisering de voorbije veertig jaar een beleidsniveau van formaat hebben bijgemaakt, bestaan de provincies dus nog altijd. Het best zou volgens mij echter zijn om de deelstaten weer af te schaffen.

Die droom lijkt veraf. Maar u bent het dus niet eens met uw Antwerpse collega-ondernemers die in volle campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen opriepen om 'nu anders' te stemmen.

Duchâtelet: Dat begrijp ik dus totaal niet. Het is door heel dat communautaire gedoe dat we zo veel politieke partijen hebben. Wij zijn het enige land ter wereld waar de zogenaamde nationale partijen naar taalrol zijn opgesplitst. Dat is bijzonder inefficiënt: om een regering te vormen, moet je met veel te veel partijen rekening houden.

De onderliggende boodschap van de 'confederalisten' is dat er te veel menings- en cultuurverschillen zijn tussen Vlamingen en Walen om nog langer dingen samen te doen. Hoe ziet u dat, als Vlaamse voorzitter van de grootste Waalse voetbalclub?

Duchâtelet: Ik ben geen Vlaming. Mijn moeder was Nederlandstalig, mijn vader Franstalig. Ik ben tweetalig opgevoed en ken beide culturen bijzonder goed. Het verschil ertussen is helemaal niet groot. Maar de vooroordelen zijn talrijk en ze worden door heel veel mensen overgenomen. Een van de meest onwaarschijnlijke illustraties daarvan was toen N-VA-voorzitter Bart De Wever gevraagd werd om een regering te vormen en hij PS-voorzitter Elio Di Rupo nog nooit ontmoet bleek te hebben. Nog nooit. Maar hij had wel al een hele campagne - die met het strikje - gevoerd tégen Di Rupo. Hoe kun je nu iemand van alles verwijten in een campagne zonder dat je die ook maar ontmoet hebt?

Hebt u Bart De Wever zelf al ontmoet?

Duchâtelet: Ja.

En hoe verliep die ontmoeting?

Duchâtelet: De Wever is gewoon iemand die in de politiek gerold is en die zijn stellingen had ingenomen nog voor hij de Franstaligen had doorgrond. Pas nadat hij zich als stemmenkanon ontpopt had, heeft hij eens een Tour de Wallonie gedaan. Toen had hij zich echter het keurslijf van het Vlaams-nationalisme al aangemeten en kon hij niet meer terug. Ik ben ervan overtuigd dat De Wever vandaag inziet dat Franstaligen heel interessante mensen zijn die ook werken en creatief zijn. En die veel meer op de Nederlandstaligen lijken dan bijvoorbeeld de Nederlanders. Bij Standard hebben we zowel Nederlandstalige als Franstalige supporters, maar met elkaar hebben die helemaal geen problemen. Als die Duchâtelet buiten willen, dan roepen ze dat unisono.

Daarover straks meer, maar onderschat u nu niet de diepe wortels van het Vlaams-nationalisme?

Duchâtelet: Nationalisme is toch geen discours meer van deze tijd? We zitten constant op het wereldwijde web, de grenzen zijn open en van over de hele wereld komen er vliegtuigen vol feestvierders aangevlogen voor een fes- tival in Boom (Tomorrowland, nvdr). Dan is nationalisme toch compleet irrelevant geworden?

Nog een collega-ondernemer van u, Luc Bertrand, noemde de regering-Di Rupo in De Tijd 'niet socialistisch, maar marxistisch'. Sluit u zich daarbij aan?

Duchâtelet: De PS muntte uit door dienstbetoon en het afhankelijk maken van de bevolking aan de partij. Wie werk wilde, zeker bij de overheid, moest via de PS. Maar ook de bedrijven die hun subsidies wilden behouden, moesten ja knikken als er iemand met een PS-brief in de hand kwam aankloppen voor een job. Als ik met Standard zeg dat ik geen subsidies meer wil, is dat een enorm statement in Wallonië. In Vlaanderen hebben bepaalde socialisten die praktijken trouwens overgenomen. Er zijn ook anderen, zoals Peter Vanvelthoven in Lommel, die zijn gemeente wél heel efficiënt bestuurt. Maar hier in Sint-Truiden bijvoorbeeld had burgemeester Ludwig Vandenhove veel inspiratie opgedaan bij de PS. Dat cliëntelisme is dus geen pure Waalse aangelegenheid. Ook de vakbonden hanteren het. Ik heb die overigens nog nooit horen zeggen dat de overheid moet afslanken. Nochtans beschikken zij ook over een studiedienst waar men weet dat onze overheid veel te omvangrijk is.

Wat u nu vertelt, is eigenlijk een kopie van het discours van De Wever, die ook in de eerste plaats de PS-staat viseert en bij uitbreiding de wallonisering van Vlaanderen.

Duchâtelet: Het probleem is de socialistische partij, niet zozeer of die nu Nederlandstalig of Franstalig is. Iemand als staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (SP.A) bijvoorbeeld, is een gevaar voor de maatschappij.

Waarom?

Duchâtelet: Die man heeft alleen maar op kabinetten gewerkt, weet niet wat het leven is en gaat nu als regeringslid wetten maken van de dingen die hij 's nachts gedroomd heeft. Crombez is een cryptocommunist en zo heb je er nog een paar. Ik wil er wel bij vertellen dat de PS in de goede richting aan het evolueren is. De Waalse socialisten zijn met succes de strijd aangegaan tegen de corruptie in de lokale afdelingen. Daarnaast is het niet slecht dat Di Rupo premier is geworden. Nu beginnen immers ook zij in te zien dat het geld niet uit de hemel valt. Ze zijn dus op de goede weg, al vrees ik nog altijd dat ze er niet zullen komen.

Die harde retoriek van bedrijfsleiders in de media, heeft dat iets te maken met de vermogensbelasting die nu al een paar jaar op de politieke agenda staat?

Duchâtelet: Ons land is op dat vlak altijd heel realistisch geweest, omdat de bestuurders beseften dat rijke mensen ook geld uitgeven in hun land. In Sint-Truiden alleen al creëer ik samen met enkele lokale zakenpartners voor driehonderd mensen werk. Wie gaat dat doen als ik naar Zwitserland vlucht omdat er hier een vermogensbelasting komt? De voorbije decennia hebben ze dat soort belastingen in een vijftiental landen ingevoerd. Overal hebben ze die na een tijdje ook weer afgeschaft.

Vastgoedondernemer Bart Verhaeghe, die al een tijdje geleden naar Zwitserland is verhuisd, werd afgelopen week meerderheidsaandeelhouder van Club Brugge. Hij deed dat voor een derde van wat u voor Standard betaalde.

Duchâtelet: Ik ken de details niet, maar als hij Club Brugge gekocht heeft voor 15 miljoen euro, dan is dat weinig geld.

Weet u al of de aankoop van Standard een goede investering was?

Duchâtelet: Een voetbalclub kopen moet je niet zien als een investering. Ik vind het wel belangrijk dat een club zelfbedruipend is. Maar dat lukt niet altijd. Alle Europese clubs samen verliezen jaarlijks 1,5 miljard euro. De uitzonderingen die winst maken, zijn dus sterk bezig.

Toch valt het moeilijk voor te stellen dat topondernemers als u of Verhaeghe in zo'n avontuur stappen met het idee verlies te gaan maken.

Duchâtelet: Het hangt ervan af hoeveel je je kunt permitteren. Vivant heeft me ook 4 à 5 miljoen euro gekost. Dat geld ben ik kwijt. In het voetbal kan dat ook gebeuren. Mocht er een vermogensbelasting geweest zijn, dan had ik nu misschien FC Basel overgenomen en was Standard in handen gevallen van die Nederlanders die toen geïnteresseerd waren. Misschien was dat ook beter geweest, want ik merk dat ik het helemaal niet goed doe bij Standard, althans volgens alle kenners.

In de tribunes dook de voorbije weken een spandoek op met: 'Duchâtelet, un homme d'affaires brillant, un clown dans le foot'. Hebben die supporters gelijk?

Duchâtelet: Ze hebben geen gelijk, maar het is wel zo dat voetbal net dient om de mensen hun frustraties te laten uiten. In het stadion moet je kunnen roepen op de arbiter of de voorzitter. Die spandoeken mogen daar hangen van mij. En ze mogen ook onbeleefde dingen roepen tegen mij. Liever dat dan dat ze thuis op hun vrouw of hun kinderen slaan. Voetbal heeft een therapeutische functie. Alles wat niet gevaarlijk is, moet je toelaten. Maar met vuur gooien op het veld, zoals gebeurd is tegen Anderlecht, dat mag natuurlijk niet.

Doet het toch geen pijn dat Standard sinds uw komst niet meer de successen behaalt van de jaren voordien?

Duchâtelet: Dat zegt u. Vorig seizoen zijn we in Europa wel het verst geraakt van alle Belgische ploegen. Dat wordt iets te gemakkelijk vergeten. Zo'n onnozelaar kan Duchâtelet dan toch niet zijn. In de Belgische competitie hebben we veel pech gehad op de momenten die ertoe deden. In het voetbal moet het ook een beetje meezitten. Als overgangsjaar was het vorige seizoen al bij al vrij goed.

Dit seizoen liep het nog niet echt lekker. Twee weken geleden moest u trainer Ron Jans ontslaan, die u zelf ging halen in Nederland. Vindt u dan dat u zelf ook gefaald hebt?

Duchâtelet: Ja en nee. Jans kon een uitstekend palmares voorleggen en was nog nooit eerder ontslagen. Hij bleek ook een schitterende trainer te zijn. Daar waren de media, het publiek en de spelers het over eens. Maar als punten achterwege blijven, sta je op een bepaald moment voor het blok.

De spelers waren zelfs zo ontgoocheld dat ze zijn ontslag hebben aangevochten. Bent u nog boos om die actie?

Duchâtelet: De nieuwe trainer, Mircea Rednic, heeft het op zijn eerste persconferentie heel goed verwoord: 'Als de spelers Ron Jans echt hadden willen helpen, dan hadden ze maar beter hun best moeten doen op het veld.' Ik snap wel dat ze loyaal wilden zijn aan hun trainer, maar soms doen ze dan dingen die ze eigenlijk beter niet zouden doen. Het is niet aan hen om in de plaats van het bestuur te treden. Als ze hun actieve carrière hebben afgesloten en genoeg centjes verdiend hebben, dan kunnen ze misschien ook een club kopen. Nu moeten ze in de eerste plaats sjotten en goals maken.

 

Uit: Knack 7 nov 2012, door Hannes Cattebeke

← Terug naar het overzicht

Meer nieuws

  1. 7 september 2017 In dialoog met politici over het basisinkomen: zaterdag 23 september 2017
  2. 23 juni 2017 Betaalbaarheid basisinkomen
  3. 29 maart 2017 Basisinkomen voor iedereen: durven we het aan?
  4. 4 januari 2017 Wat als... iedereen zomaar 560 euro per maand krijgt
  5. 27 december 2016 Zes op tien Vlamingen wil basisinkomen voor iedereen