Nooit meer in het gareel
Xavier Verboven en Roland Duchatelet blikken terug op hun wonderjaren als student.
Ze stonden aan de fabriekspoorten in mei '68, één front met de arbeiders, tegen het kapitaal. Xavier Verboven ging bij het ABVV op die weg verder, Roland Duchâtelet voegde zich bij 'de vijand'. 'Maar die sociale reflex van toen verlies je nooit.'
Duchatelet: 'Uiteindelijk ging mei '68 daarover: zelfontplooiing en gelukkig zijn' Isa Van Dorsselaer,foto Ivan Put Parijs is de onbetwiste ster van de nostalgieshow rond mei '68, maar de protestbeweging begon elders in Europa eigenlijk al vroeger. In België, bijvoorbeeld, kregen de studenten van Leuven de regering-Van den Boeynants op de knieën met hun februariprotesten voor de vernederlandsing van de universiteit. Roland Duchâtelet, oprichter van Vivant, senator en bedrijfsleider, zat er toen in zijn voorlaatste jaar burgerlijk ingenieur. 'Terwijl het regende in Leuven, druppelde het in Gent', zegt Xavier Verboven, oud-secretaris van het ABVV. Hij werkte in 1968 zijn laatste jaar rechten af in de Arteveldestad en bezette enthousiast mee universiteitslokalen.Verboven: 'In Gent was het in 1968 niet zo woelig als in Leuven, maar het waren toch intense maanden. De rechten was toen een studierichting die voor een groot deel werd bevolkt door de Franstalige Gentse bourgeoisie. Dat gaf spanningen, omdat zij een beetje neerkeken op al wat Nederlandstalig was, vooral op boerkes uit de Kempen, zoals ik. Ze hadden ook een voetje voor, vonden wij, bij het bestuur van de universiteit en een aantal professoren. Die wrijving ging niet alleen om taal, er was ook een sociale tegenstelling, tussen arbeiders en bourgeoisie. En dat conflict haakte aan bij de hele contestatiebeweging van toen, die sociale, seksuele en ethische ontvoogding wilde en die zich kantte tegen het gezag en het onderwijssysteem zoals het was.'Duchâtelet: 'Heel dat academiejaar was woelig in Leuven. Het was al begonnen met de jaarlijkse traditionele relletjes in oktober en tegen februari was er Leuven Vlaams, dat dan opging in die grote ontvoogdingsstrijd. Het leek ons allemaal wat te overkomen. We waren in Leuven om braaf te studeren en plots plantte iemand het idee in ons hoofd dat de wereld op ons zat te wachten om de maatschappij te veranderen. Dat we onze kennis ten dienste moesten stellen van de samenleving.'Beschouwt u zichzelf als een voortrekker?Verboven: 'Niet echt. Ik heb wel meegedaan aan alle acties, maar in Gent was de rol op het voorplan voorbehouden aan mensen van het Studentenvakverbond, en die kwamen allen uit extreem-linkse hoek. In de rechten hadden we een stakingsbeweging, met piketten, die de lessen verstoorde. De meeste professoren waren niet opgezet met onze acties en ik heb sterk het gevoel dat we daarvoor met de examens de rekening betaald hebben. Je voelt het wel als ze het je met opzet moeilijk maken.' (lacht)Duchâtelet: 'Je werd echt meegezogen in die hele sfeer. Ik studeerde de nacht door om dan 's ochtends vroeg te gaan helpen aan de stakersposten bij de fabrieken. Ik stond daar al om vijf uur te wachten op de arbeiders, maar die waren natuurlijk beter georganiseerd en kwamen net op tijd om de wacht op te trekken. (lacht) Je ging van de ene betoging naar de andere, en naar meetings, of op bezoek bij andere universiteiten. Het was gezellig. Soms ook een beetje verwarrend, omdat de protesten over Leuven Vlaams samenliepen met de andere bewegingen. Je moest opletten dat je niet in de verkeerde betoging terechtkwam.'Was het voor u beiden dan niet meer dan studentikoze lol?Verboven: 'Integendeel, ik was sterk geëngageerd in die beweging en dat is doorslaggevend geweest voor mijn carrière. Als ik kan, heb ik toen gezegd, zal ik werken in de sociale sector. En dat heb ik ook gedaan. Dat engagement is blijven duren.'Duchâtelet: 'Wij vonden dat zeker belangrijk, maar toen we eraan begonnen, wisten velen, net als ik, eigenlijk niet goed waar het allemaal over ging. Aanvankelijk leken de protesten ook het werk van een zootje ongeregeld. Maar toen moest ik tot mijn verbazing vaststellen dat vooraanstaande politici ons ernstig namen. Toen de politieke commentatoren zich over ons bogen en de regering viel, was het niet meer om te lachen. We stelden vast dat we een impact hadden op de maatschappij.'Verboven: 'Vaststellen dat wat ik deed, politieke gevolgen kon hebben, sterkte me in het idee om op die weg door te gaan.'Duchâtelet: 'We hadden het gevoel dat wij ervoor moesten zorgen dat arbeiders meer zouden verdienen. Achteraf bekeken is dat het fundamenteelste aspect van de mei '68-beweging geweest: dat men ontdekte dat de welvaart groot genoeg was om iedereen een gelukkig leven te gunnen. De jongens en meisjes op de barricade waren, net als wij, opgegroeid met de verhalen van hun ouders over oorlog en honger. Die periode van kommer en kwel ligt nu achter ons, dachten wij. De materiële, primaire behoeften zijn vervuld. Nu kunnen we ergens anders mee bezig zijn. Met zelfontplooiing. Daar ging mei '68 over. Over zelfontplooiing en gelukkig zijn.'Verboven: 'De maatschappij ontplofte letterlijk, met die enorme economische groei. Er was een haast volledige werkgelegenheid, mensen konden hun eerste auto en hun eerste koelkast kopen. En die economische euforie bracht die sociale beweging mee op gang. We hadden een verleden achter ons dat mensen conservatief had gemaakt, maar nu was er een nieuwe periode, die niet alleen welvaart bracht, maar ook een verandering in ons denken.'Duchâtelet: 'Expo 58 was een beetje een aanzet geweest. Wij waren daar geweest en hadden dat allemaal gezien. Het Russische paviljoen! Die computer die sprak!'Verboven: 'We luisterden naar de muziek van Donovan en Bob Dylan, die in hun liedjes ook de revolutie predikten. Het was een maatschappij die, net als de natuur, in de lente ontplofte. De slinger was van conservatief helemaal naar de andere kant geslagen. In de jaren zeventig en vooral tachtig is hij weer de andere richting uitgegaan. Ik gaf toen geregeld lezingen aan universiteiten en studenten leken alleen nog bezig met de eigen besognes. Er was geen maatschappijconcept meer. Nu is de wind weer aan het draaien.'Is het niet makkelijk om op de barricade te staan tegen het kapitaal als de werkgevers je staan op te wachten om je een baan te geven?Duchâtelet: 'Er waren inderdaad geen werklozen. Na drie sollicitatiebrieven had ik werk.'Verboven: 'Ik kon zo aan de slag in de privé, de administratie of bij de vakbond. Dat was later niet meer zo. In de jaren zeventig en tachtig plooiden mensen zich terug op zichzelf. Het werd ikke ikke ikke, het tegenovergestelde van mei '68.'Dat individualisme is toch een gevolg, critici zeggen een uitwas, van mei '68.Duchâtelet: 'Toch niet. De filosofie van mei '68 was er niet een van: ik ben belangrijk. Wel: wij zijn vrij. Mensen wilden samen iets doen, ze waren solidair.'Verboven: 'Er was wel een sterke ontwikkeling van de persoonlijkheid van de mens. Maar dat individualisme had niks te maken met egoïsme.'Duchâtelet: 'Er was geen concurrentie tussen individuen, ieder mocht zijn ding doen. Met de werkloosheid keerden we later terug naar die sterke onderlinge competitie, the struggle for life.'U werd uiteindelijk bedrijfsleider. Met uitverkoop van de idealen?Duchâtelet: 'Toch niet. Vivant incarneert de geest van mei '68.'Vanaf 1993, toen u het boek 'De NV België' schreef. En voordien?Duchâtelet: 'Ik ben snel getrouwd en ik had snel kinderen, ja. Ik ben gewoon gaan werken als ingenieur in een bedrijf, zoals het hoorde. De periode van protesteren was voorbij. Er moest ook eten op de tafel staan. Maar later, met Vivant, heb ik wel de draad weer opgenomen. Mijn sociale reflex zat er blijkbaar nog. Vivant gaat over de kwaliteit van het leven. De maatschappij is rijk genoeg, laten we daar allemaal van profiteren en gelukkig zijn.'Verboven: 'Je haalt de soixante-huitards er zo uit. Bij de schrijvers, bij journalisten, in de bedrijven. Ik heb voor de jaren tachtig veel onderhandelingen meegemaakt met bedrijfsleiders die een sociale reflex hadden, alsof mei '68 hen beïnvloed had. Later kreeg je een heel andere generatie bedrijfsleiders: de bankiers. Die lagen alleen wakker van de winst en de aandeelhouders. Voor hen zijn de arbeiders geen stakeholders meer in het bedrijf.'Zijn die 'bankiers' niet net de mensen die mei '68 actief hebben meegemaakt?Verboven: 'Die CEO's zijn vooral mensen uit het buitenland. De mensen die hier zitten, kunnen een sociaal gevoel hebben, maar zij krijgen hun instructies van elders. Er zijn er uiteraard die een andere weg zijn opgegaan of die in '68 al niet geëngageerd waren, maar ik heb er aan de onderhandelingstafel toch veel ontmoet die student waren in die periode en bij wie ik die sociale reflex toch nog altijd voelde.'Duchâtelet: 'Ook in de vakbondswereld is er een hele evolutie geweest die de geest van mei '68 uitstraalde. Plots was er aandacht voor de combinatie van arbeid en gezin of voor maatregelen die het geluk van mensen op de werkvloer bevorderden. En die aandacht is er veel meer gekomen naarmate binnen de vakbond de mensen uit mei '68 opklommen.'Hebt u die geest in het bedrijfsleven meegenomen?Duchâtelet: 'Absoluut. We hebben een aantal spelregels gemaakt voor Melexis toen we begonnen. De eerste was en is nog altijd: het doel van het bedrijf is dat mensen gelukkig zijn in hun werk. Regel twee: opdat ze gelukkig kunnen blijven, moeten we wel zorgen dat we winst maken.'Verboven: 'Mei '68 was emotioneel bevrijdend. Al wat gezag uitstraalde, moest onderuit. Het gaf zo'n euforisch gevoel om het establishment tegen de schenen te schoppen. Dat nam ik later mee, een permanent kritische houding tegenover gezag, ook al maakte ik er zelf deel van uit, door mezelf voortdurend ter discussie te stellen en mijn principes en ideeën te toetsen.'Duchâtelet: 'Je voelde de vrijheid van het idee dat de maatschappij anders georganiseerd kon worden, dat je kon experimenteren en dat mensen dat ook deden, met communes in de Pyreneeën, bijvoorbeeld. Er waren geen absolute wetten meer.'Hebt u in die dolle maanden zelf nooit gedacht: laten we iets radicaals doen. Een commune! Verboven: 'Ik kwam uit een arbeidersgezin. Mijn vader was diamantslijper. Ik mocht studeren, maar ik kreeg de duidelijke boodschap: als je niet slaagt, ga je achter de slijpersmolen zitten.'Duchâtelet: 'Zo ging het ook bij mij.'Verboven: 'Ik deed dus al het mogelijke om erdoor te zijn.' Duchâtelet: 'Als ik mee ging staken, dan was dat om de arbeiders te bevrijden van het juk van het kapitalisme. Tot ik een dag ontnuchterd werd. Ik kwam vaak in een cafeetje waar ook het lokaal van het extreem-linkse Amada (Alle Macht Aan De Arbeiders, de voorloper van de PVDA, nvdr) was. Ze hadden een eigen krantje en op een dag stond daar een verhaal in waarin mijn broer, die toen een jonge officier bij de rijkswacht was, verkeerd in werd geciteerd. Dat verhaal was gewoon uit de lucht gegrepen. Als hier zo licht met de waarheid wordt omgegaan, ben ik hier niet op mijn plaats, dacht ik toen. Alles was voor extremistische groepen goed om het doel te bereiken. Voor mij was het afgelopen.'Verboven: 'Mensen hadden het recht om zelf uit te maken wat goed en niet goed is voor hen.'Op dat permissieve wordt nu geschimpt. Mensen als de CD&V-huisideoloog Wouter Beke, bijvoorbeeld, hekelen het 'verbod om te verbieden' van mei '68 en willen een verplichting om te verplichten.Duchâtelet: 'Ik hou niet van moeten, wel van mogen. Mogen is vrij zijn, moeten kun je het best tot een minimum beperken.'Verboven: 'Ik wil geen samenleving waarin het emotioneel en creatief en sociaal innovatief denken wordt vervangen door een wetmatig denken, waarbij iedereen braafjes in het gareel loopt, zijn plichten indachtig. De catechismus van geboden en plichten hebben we in mei '68 verbrand.'
- Links:



