Roep om solidariteit
Waarom ik lid ben van Vivant?
'Armoedevallen verdwijnen met Vivant'
'Ik was nog geen 45 toen ik weduwe werd. Ik weet dus alles van schulden, problemen met banken, financiële katers: dat is een cirkel waar je erg moeilijk uitgeraakt. Met het basisinkomen van Vivant zou dat nogal gescheeld hebben!'
Lia Van Hoof. Leopoldsburg
'Eenvoudiger en doorzichtiger systeem'
'Nepstatuten! Als voorzitter van een vzw kan ik ervan meepraten. Vrijstelling van stempelcontrole, tewerkgestelde werklozen, Smetbanen: dat administratieve monster wordt met de dag ingewikkelder. Vivant maakt de hele samenleving eenvoudiger en doorzichtiger. En de mensen gelukkiger omdat ze zelf meer hun lot in handen krijgen.'
Toon Van den Bossche, voorzitter Taxifiets, Gent
'Een doorzichtiger systeem is democratischer'
'Beroepshalve probeer ik al twintig jaar mensen wegwijs te maken in ons politiek systeem. De drempels zijn vandaag erg hoog. Vivant gaat dat veranderen. Er komt niet alleen meer sociale zekerheid. Die sociale zekerheid wordt ook veel eenvoudiger, doorzichtiger. Dus democratischer.'
Cor Claessens, ambtenaar Dienst Informatie, stad Antwerpen
Het basisinkomen, dat geef je aan elkaar
Vivant pleit voor een individueel, onvoorwaardelijk en universeel basisinkomen voor iedereen.
Vivant pleit er ook voor dat we het basisinkomen zo democratisch mogelijk invoeren, bij voorkeur met een burgerreferendum. Dan erkennen de leden van de samenleving uitdrukkelijk en daadwerkelijk elkaars recht op bestaan. Zonder voorwaarden en zonder mitsen of maren. Dat is solidariteit in zijn zuiverste vorm.
Basisinkomen en sociaal kapitaal
De invoering van een individueel, onvoorwaardelijk en universeel basisinkomen biedt de mens ruimte voor de productie van sociaal kapitaal, en produceert tegelijk sociaal kapitaal. (Misschien moet u deze zin nog eens herlezen: we vinden het de belangrijkste zin van dit hele manifest. Het gaat hier over de belangrijkste reden om een basisinkomen in te voeren.)
Wat sociaal kapitaal voor iets is? Het is de bodem waarop onze hele economie gebouwd is. In sociaal kapitaal zit onderling vertrouwen tussen de leden van een gemeenschap, en de wederzijdse bereidheid om samen te werken en om iets voor elkaar te doen. Een eenvoudig voorbeeld: in onze samenleving mag je zomaar aan iedereen onderweg de weg vragen. Meestal krijg je dan zelfs een correct antwoord. Daar vertrouwen we toch op? Zelfs zo'n eenvoudige vorm van sociaal kapitaal is economisch belangrijk. Neem nu de vrachtwagenchauffeur die moet lossen in een stad die hij niet goed kent. Onderweg aan willekeurige voorbijgangers de weg vragen levert hem soms een forse tijdwinst op. Maar zelfs al vraagt hij de weg niet, dan nog weet de vrachtwagenchauffeur dat hij dat eventueel kan doen hij mag dus met een gerust hart vertrekken, hij komt er wel. Dat is typisch voor sociaal kapitaal: het zorgt voor vertrouwen, voor het veilig gevoel dat je nodig hebt om tot economische activiteit te komen. Dat vertrouwen in andere mensen, de verwachting dat andere mensen betrouwbaar zijn, dat ze je wel helpen als het eropaan komt: het is een productieve kracht. Die sfeer van onderling vertrouwen en onderlinge waardering is nodig om menselijk te leven.
Sociaal kapitaal is een echte productiefactor (zoals arbeid, grondstoffen en machines). Investeren in sociaal kapitaal heeft duidelijk economische gevolgen. En als het sociaal kapitaal in een gemeenschap vermindert, voel je dat aan de achteruitgang van de economische productiviteit.
Sociaal kapitaal heeft nog een leuke kant: als je het gebruikt, komt er niet minder van, maar meer. Dat is zoals bij ideeën: als je een idee gebruikt, kom je dikwijls vanzelf op nieuwe ideeën. Chic uitgedrukt: het gebruik van sociaal kapitaal creëert nieuw sociaal kapitaal. Zet een nieuw samenwerkingsverband op, gebaseerd op vertrouwen en je ziet het vanzelf gebeuren.
Als we samen als gemeenschap democratisch beslissen dat iedereen onvoorwaardelijk een eigen volwaardig basisinkomen krijgt, dan gaat dat basisinkomen een gigantische productie van sociaal kapitaal teweegbrengen. Die maatschappelijke gebeurtenis zou namelijk voor eik individu de erkenning betekenen van zijn individueel recht op bestaan. Je krijgt dat dan uitdrukkelijk te horen. Het gaat niet langer om een theoretisch recht, maar om een daadwerkelijke erkenning via een democratische beslissing. Met dat basisinkomen geven we elkaar uitdrukkelijk de ruimte om deel te nemen aan alle vormen van arbeid, ook aan ideële en zorgarbeid. Onvoorwaardelijk. Logisch dat de gemeenschap daardoor van iedereen meer krediet krijgt. Krediet in de vorm van sociaal kapitaal.
Solidariteit en belastingen
Voor zijn uitgaven en voor het basisinkomen heeft de staat inkomsten nodig. Die inkomsten komen uit belastingen. Belastingen betalen heeft met solidariteit te maken en met de rechtmatige verdeling van de beschikbare middelen. Vivant wil de belasting op arbeid zoveel mogelijk afschaffen en vervangen door belasting op de consumptie (BTW). Door voor lage en middelhoge inkomens de belasting op arbeid af te schaffen, wordt arbeid niet alleen goedkoper (waardoor er vanzelf meer werkgelegenheid komt). Tegelijk vallen er een hoop administratiekosten weg: alleen al in België worden met Vivant vijf miljoen belastingaangiften en dertig verschillende tewerkstellingsprogramma's overbodig. Voor arbeid en voor de hele sociale zekerheid komt er één systeem dat bijna geen administratie meer nodig heeft. Door dat efficiënter beheer besparen we 6% op de staatsuitgaven. Dat is een bedrag van 250 miljard: genoeg om één miljoen mensen een basisinkomen te geven!
Belasting op het verbruik wil zeggen dat de BTW verhoogt. De prijsopbouw van de producten verandert, maar de netto prijzen veranderen niet.

Als de belasting op arbeid wegvalt, hoe compenseer je dat dan? In dit schema zie je dat de BTW wel hoger wordt, maar dat je in de winkel toch geen frank meer betaalt. Op deze manier kunnen er honderdduizenden mensen extra aan het werk.
De BTW zal niet uniform zijn: de kostenstructuur verschilt per sector en de verschillende BTW-tarieven moeten overeenstemmen met het rechtsgevoel van de bevolking. We leggen ze samen democratisch vast. Zo krijg je een 'sociale BTW' met bijvoorbeeld minder BTW op diensten en meer BTW op luxeauto's. Bovendien wordt het hele BTW systeem eenvoudiger doordat de sociale BTW in de plaats komt van alle indirecte belastingen die vandaag bestaan, ook douanerechten en accijnzen (en voor de volledigheid ook openingsbelastingen, vergunningsrechten, zegelrechten, griffierechten, hypotheekrechten, belasting op spelen en weddenschappen, eurovignetten, ecotaksen enz.: ze gaan allemaal op in één enkele sociale BTW).
Om alles betaalbaar te houden stelt Vivant niet alleen belasting op consumptie (BTW) voor. Zodra je met je werk netto meer dan 1.500 Euro verdient (je basisinkomen inbegrepen), betaal je daarop wél belasting (dat komt overeen met een bruto-inkomen van ± 2.250 Euro vandaag) (index sept 2006). Bovendien is Vivant voorstander van een Tobintaks op financiële transacties. Verder pleit Vivant voor 15% vennootschapsbelasting. Voor die 15% gaan grote bedrijven niet langer de moeite doen om buitenlandse constructies op te zetten of te onderhouden. Wel stelt Vivant voor dat we alle uitzonderingssituaties en subsidies aan bedrijven afschaffen. Vandaag zijn er nog 101 andere soorten belastingen: door die soms absurde belastingen af te schaffen wordt het hele systeem veel doorzichtiger en gemakkelijker te controleren. Er zijn vandaag belastingen waarvan de inning meer kost dan wat de belasting opbrengt. Geniet gerust van uw balkon om te zonnen. Met Vivant betaalt u geen balkonbelasting meer.
Welke belastingen zijn billijk?
Dat het basisinkomen en het Vivantprogramma haalbaar en betaalbaar zijn, blijkt voldoende uit andere publicaties en uit econometrische modellen. in dit manifest gaat het eerder over 'waarom' dan over 'hoe'. Zijn belastingen op consumptie, op arbeid en op financiële transacties moreel te verantwoorden? Zijn ze billijk? En waarom wel of waarom niet?
Belasting op de consumptie: sociale BTW
De meest logische belasting is die op de consumptie. Je betaalt BTW in verhouding tot wat je verbruikt. Wie meer verbruikt, draagt meer bij tot de belastingpot. Duidelijk en eerlijk. Want wie meer verbruikt, wordt meer gediend door publieke uitrustingen en diensten die rechtstreeks (autosnelweg) of onrechtstreeks (gerecht) nodig zijn voor de productie van goederen en diensten. Daarom is het logisch dat de meerverbruiker meer belasting betaalt, en dat wie minder verbruikt ook minder belasting betaalt. Vivant pleit uitdrukkelijk voor een sociale BTW met verschillende tarieven voor verschillende producten. De verhoogde BTW wordt dus geen 'lineaire' of asociale maatregel. Integendeel.
Belasting op arbeid?
Belasting op arbeid is vandaag in principe niet meer verdedigbaar: de mens moet werken om de economie draaiend te houden. Via arbeid produceren we goederen en diensten voor andere mensen. Wie die maatschappelijke koek vergroot, hoeft daarom niet belast te worden. Vivant vindt dat de hoogte van inkomen uit arbeid en de verschillen tussen arbeidsinkomens in principe een rechtskwestie zijn. Vuil of lastig werk mag bijvoorbeeld voor de meeste mensen beter betaald worden. Dat komt dan tot uiting in een spontane tendens tot hogere salarissen voor dit soort werk. Maar het gebeurt ook dikwijls dat loonverschillen overdreven zijn en het rechtsgevoel van de meeste mensen schenden. Of het kan gebeuren dat de meerderheid van de bevolking de laagste lonen te laag vindt. In zulke gevallen kunnen we langs democratische weg ingrijpen. Zo werd in de Amerikaanse deelstaat Californië het minimumloon per referendum verhoogd. In de staat Washington was er een referendum over de te hoge inkomens van parlementsleden. Vivant vindt dat dit ook in België moet kunnen.
Vermogensbelasting?
Met ons huidig economisch systeem loopt er iets heel erg verkeerd: voor speculanten brengen geldtransacties enorme winsten op, terwijl die geldtransacties toch vooral de mensen en hun economie zouden moeten dienen. Elke dag flitsen duizenden miljarden dollars over de aardbol heen en weer om winst te puren uit schommelingen in wisselkoersen. Het gaat hier om pakweg 95% van de geldtransacties, die dus helemaal niet nodig zijn voor de reële economie. Al in 1972 stelde Nobelprijswinnaar James Tobin een maatregel voor om hier iets tegen te doen: hef een kleine belasting op elke beurs- en wisseltransactie. Dat ontmoedigt niet alleen de waanzinnige muntspeculatie. Tegelijk komt er een mooi bedrag vrij voor sociale doeleinden. 0, 1 % belasting brengt per jaar meer dan 166 miljard dollar op. Genoeg om de armoede op wereldschaal effectief te bekampen. Daarom steunt Vivant bijvoorbeeld krachtig het idee van de Tobintaks. Zelfs door een kleine taks kun je speculatieve geldbewegingen al sterk ontmoedigen, terwijl het geldverkeer in dienst van de reële economie vrijwel geen hinder ondervindt van zo'n heffing.
Volledig recht op arbeid
Vivant pleit voor een reëel en daadwerkelijk recht op betaalde arbeid. Vivant streeft naar een samenleving waar iedereen die dat wil, volwaardige en betaalde arbeid kan verrichten. Alleen op die manier herstellen we de solidariteit tussen werkenden en werklozen. Dat ideaal bereiken we pas als twee essentiële doelstellingen van Vivant gerealiseerd zijn:
- Het basisinkomen is ingevoerd, zodat het kunstmatig overaanbod aan arbeid verdwijnt.
- Elke belasting op arbeid voor lage en middelgrote lonen is afgeschaft, zodat het kunstmatig onderaanbod aan werkplaatsen verdwijnt.
- De samenleving moet democratisch gestructureerd zijn, zodat de bevolking zelf beslist welke bijkomende maatregelen nodig zijn om de werkgelegenheid op een aanvaardbaar niveau te brengen.
Uit onderzoek blijkt dat het de werkloosheid is waarover de mensen zich vandaag vooral zorgen maken. Een echt democratische samenleving stelt de bevolking dan ook in staat om maatregelen goed te keuren om de tewerkstelling op het door haar gewenste peil te brengen. Vivant wil graag dat een volksreferendum bepaalt dat er een basisinkomen komt en hoe hoog dat moet zijn. Als de bevolking vindt dat het beleid op dit vlak faalt, kan er ook een volksreferendum komen over de hoogte van het minimum uurloon voor arbeidsprestaties of over alle mogelijke andere maatregelen die de werkloosheidsgraad beïnvloeden. Alleen langs deze weg krijg je de garantie dat die economische ingrepen ook rechtmatige ingrepen zijn. Economische deskundigen moeten dan ook de nodige moeite doen om hun argumenten uiteen te zetten.
'Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.'
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, artikel 23.
Invoegbedrijf als sluitstuk van het volledig recht op arbeid
Door deze maatregelen blijft alleen 'frictiewerkloosheid' over, kortere periodes van werkloosheid tussen twee jobs door. Om deze restwerkloosheid op te vangen stelt Vivant voor dat we 'invoegbedrijven' invoeren. Een of meer netwerken van verenigingen die mensen helpen om geschikt werk te vinden. Vakverenigingen en gespecialiseerde initiatieven zoals het Antwerpse 'Vitamine W' zijn geschikte partners om in deze netwerken mee te draaien.
Werking en financiering van invoegbedrijven
Het netwerk van invoegbedrijven centraliseert de vraag naar bekwaamheden in een databank. Het helpt de werkzoekende met opleidingen, met haalbaarheidsonderzoek als hij een nieuw economisch initiatief opstart. De niet-tewerkgestelde werkzoekende die een beroep doet op het netwerk, sluit met een invoegbedrijf een voltijdse prestatieovereenkomst af, en ontvangt daarvoor (bovenop zijn basisinkomen) het wettelijk minimumloon. Door je invoegprestatie krijg je dus altijd direct bovenop je basisinkomen het minimumloon. Het Vivantmodel verplicht niemand om tegen zijn of haar zin met alleen maar het basisinkomen rond te komen.
Invoegbedrijf en inspanningsverplichting
Het Vivantmodel verplicht niemand om tegen zijn of haar zin met alleen maar het basisinkomen rond te komen. Iedereen krijgt dus de vrije keuze om bovenop zijn basisinkomen door een fulltime arbeidsprestatie nog het minimumloon van 600 Euro te verdienen. Zo kan niemand nog onder 1.200 Euro per maand uitkomen. Tegenover je minimumloon van 600 Euro staat wél een inspanningsverplichting: bij het invoegbedrijf volg je opleiding, solliciteer je, bereid je je voor op een nieuwe job en moet je eventueel ook echt werken. Het invoegbedrijf is geen parkeerplaats. Bedoeling is natuurlijk dat je zo vlug mogelijk de weg vindt naar een nieuwe job. Deze regeling is bedoeld voor mensen die vroeger alleen maar een basisinkomen hadden. Werkte je al en krijg je je ontslag? Dan betaalt je werkgever de normale opzegtijd. Ondertussen ga je wel al deeltijds naar het invoegbedrijf om daar een nieuwe job te zoeken. Het invoegbedrijf wordt betaald door de bedrijven die ontslaan: ze betalen bijvoorbeeld twee maandlonen per persoon die een nieuwe job nodig heeft. Of het bedrijf betaalt het volledig verschuldigde opzeggeld aan het invoegbedrijf, en de ontslagen werknemer gaat voltijds bij het invoegbedrijf aan de slag.
Ook als je graag van job verandert, kun je bij een invoegbedrijf terecht. Dat bevordert heel sterk de mobiliteit van de arbeid en je krijgt meer kans om de job te vinden die perfect bij je past: de beste jobinhoud in de beste werkomgeving, de juiste m/v op de juiste plaats. Stel dat je als verkoper werkt en je wilt liever een job in het onderwijs. En een werkzoekende kan perfect jouw verkoopjob, maar niet die onderwijsjop overnemen? Dan heeft iedereen er toch belang bij dat jij naar het onderwijs gaat en die werkzoekende je plaats als verkoper inneemt? Het invoegbedrijf zorgt ervoor dat dit vlot kan. De mobiliteit die vandaag alleen maar binnen één bedrijf haalbaar is, wordt morgen mogelijk in de globale economie. Het netwerk van invoegbedrijven is geen staatsinstelling. Het werkt op basis van het verzekeringsbeginsel. Naast de ontslagvergoedingen haalt het netwerk zijn inkomsten uit de verzekeringsbijdragen van bedrijven en werkenden. Alle bedrijven en alle mensen met een betaalde job zijn wettelijk verplicht zich als verzekerde bij een netwerk aan te sluiten. Een soort bonus-malusgraad (zoals in de autoverzekeringen) bepaalt mee de hoogte van je verzekeringspremie: bedrijven die meer mensen ontslaan, betalen een hogere premie. En individuen die vaker een beroep doen op het invoegbedrijf, betalen ook wat meer.
Door de bonus-malusregeling krijgen bedrijven er een extra verantwoordelijkheid bij: ze kijken niet meer alleen naar de eigen rentabiliteit, maar brengen ook hun maatschappelijke rentabiliteit in rekening. Als een bedrijf vandaag 'rationaliseert', wentelt het de kosten van ontslagen helemaal af op de gemeenschap. Morgen betaalt dat bedrijf een hogere premie omdat het voor de invoegbedrijven een 'groter risico' vormt. Vandaag kijken bedrijven bij ontslagen alleen naar de eigen kosten en baten. Met de invoegbedrijven ontstaat er morgen meer ruimte voor een nieuwe bedrijfscultuur: door de hogere premie gaan bedrijven meer rekening houden met de sociale kosten van een ontslag. Bovendien krijgen ze meer ruimte om in onderling overleg aan outplacement te doen. Mettertijd kan het systeem uitgroeien tot vormen die we nu nog niet tot in de kleinste details kunnen voorzien. Maar in eik geval maakt het de verantwoordelijkheid van alle economische actoren voor de werkzoekende medemens direct zichtbaar, en biedt het aan iedereen maximale kansen om de meest geschikte job te vinden.
Het ene ontslag is het andere niet
We kunnen zelfs nog een stap verder gaan: het kan gebeuren dat een bedrijf bijvoorbeeld door de snelle technologische evolutie ineens verplicht wordt om medewerkers te ontslaan. Eigenlijk kun je zo'n bedrijf maar weinig aanwrijven: niemand kan precies voorspellen hoe de techniek evolueert. Vivant wil graag zoveel mogelijk kleine dienstenondernemingen zien ontluiken. Leuk voor wie zelf zo'n bedrijfje wil opzetten én voor de klanten die met de nieuwe betaalbare diensten gebaat zijn. Die kleine ondernemers hoeven geen expert te zijn in arbeids- of in handelsrecht, het hoeven geen expert-boekhouders te zijn: dat zou het aanbod aan nieuwe jobs beperken. Als zo'n kleine ondernemer mensen om economische redenen moet ontslaan, mogen de sancties dan ook niet te groot zijn.
Het hele Vivantsysteem is erop gericht om voor iedereen het recht op economisch zinvol en betaald werk te garanderen. Om iedereen het recht te geven zelf te kiezen tussen meer inkomen en meer werk of minder inkomen en minder werk. En om (via het basisinkomen) een billijke ruimte te scheppen voor niet-bezoldigde maar maatschappelijk en economisch relevante arbeid.
Ook internationale solidariteit
Het basisinkomen is een blijk van solidariteit die verder gaat dan tot het eigen kringetje gelijkgezinden, de eigen kleur, de eigen grenzen. Als we het basisinkomen eerst in België of in Europa realiseren, krijgt iedereen die hier wettig en permanent verblijft hetzelfde basisinkomen. Maar dat mag niet ten koste gaan van mensen in rechtsgemeenschappen waar (nog) geen basisinkomen bestaat. Voor Vivant zijn eerlijke, transparante handelsbetrekkingen met het zuiden een uiting van dezelfde solidariteit tussen mensen.
Basisinkomen en ontwikkelingssamenwerking
Vivant steunt ook de beweging voor de kwijtschelding van de schulden van derdewereldlanden. Deze schulden werden grotendeels aangegaan door autoritaire regimes. Banken kenden kredieten toe zonder voldoende onderzoek van de risico's. De bevolking van de betrokken landen had meestal geen inspraak bij de toekenning van de kredieten en evenmin voordeel bij de besteding van het geleende geld. Het is dan ook onbillijk dat de levensstandaard van de bevolking nu naar omlaag moet om de schulden of de rente op die schulden terug te betalen.
Vivant denkt ook dat de invoering van een basisinkomen in landen van de derde wereld een effectieve manier zou zijn om het geld voor ontwikkelingssamenwerking te besteden. Met 1 % van ons BNP kunnen we een basisinkomen van 40 Euro geven aan elke Nicaraguaan. Voor die Nicaraguaan komt dat neer op een lokale koopkracht van 250 Euro, omdat de basisproducten in zijn land goedkoper zijn. Tegelijk creëer je hierdoor een lokale markt in het land. Het basisinkomen geeft de individuele mensen die het ontvangen ook het maximum aan autonomie en ruimte voor eigen initiatief.
En solidariteit met gehandicapten, zieken en kansarmen
Vivant vindt dat we gehandicapten niet in een 'apart hokje' mogen duwen. Zoals iedereen heeft elke gehandicapte recht op een basisinkomen. Voor mensen met een handicap komt daar nog een extra financiële ruggensteun bovenop: die bijkomende vergoeding bovenop hun basisinkomen hebben ze nodig om optimaal te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven, De doelstelling van Vivant is om gehandicapten een maximale kans op integratie te bieden, zonder al te veel complicaties, regels en paperassen. Ook in het sociaal woningbeleid en de gezondheidszorg wil Vivant zoveel mogelijk tegemoetkomen aan hun specifieke noden.
Ook zieken kun je niet zomaar afschepen met een basisinkomen. Voor Vivant heeft iedereen automatisch recht op een degelijke ziekteverzekering. Ook mensen die daarvoor nooit gewerkt hebben.
Natuurlijk lost het basisinkomen niet alle sociale problemen op. In sommige gevallen blijft sociale opvang nodig. Daar de nodige ruimte voor creëren is ook een kwestie van solidariteit.



